Op visite

Het is alweer een poosje geleden dat we, de kinderen waren nog klein, bij opa en oma op een zondagmiddag op visite gingen.
Echt uitslapen was er voor mij, op de zondagochtend, niet bij. Kleine kinderen vinden het, zeker in het weekend, zonde van de tijd om je dag op zo’n manier te besteden.

Iets voor achten stond ik op, Inge bleef nog even in bed liggen, want om acht uur begon op de radio na een kort nieuwsbulletin, het kinderprogramma 'Ko de boswachter' dat ik samen met de kinderen beluisterde.
Hierna werd er door mij koffie en thee gezet en een smakelijk ontbijtje in de keuken bereid. Danarolles met een plakje kaas er in en een zacht gekookt eitje. In de tussentijd was Inge opgestaan en kon het gezin even later aan tafel om het ontbijt te nuttigen.

Nadat we ons, ieder op zijn beurt, gedoucht en aangekleed hadden, maakten we aanstalten om naar opa en oma te vertrekken. Het was een mooie lentedag toen we met ons vieren door de nog stille straten, die voor de zondagochtend zo kenmerkend zijn, naar het station liepen.
Ruim een uur later kwamen wij, vervoerd met trein en tram, bij mijn schoonouders aan. We belden aan en korte tijd later ging de voordeur open.

Daar stond oma met een glimlach van oor tot oor en begroette allerhartelijkst haar kleinkinderen. Als ouder kom je dan op een tweede plaats, hetgeen ook niet erg is. Opa’s en oma’s hebben het recht hun kleinkinderen te beminnen en te verwennen, iets wat de ouders later weer mogen opknappen om de kleintjes weer in het gareel te krijgen.
Er werd gekust en handen geschud, onder de woorden 'fijn dat jullie er zijn' en 'hoe is het met jullie'. Op een dergelijke plichtplegingen antwoordde je dan met 'prima en met jullie', terwijl je ze daags er voor nog door de telefoon gesproken had.

'Koffie' riep oma, 'ja graag' riepen we terug en namen plaats in de woonkamer.
Nu sprak oma nog alleen met haar kleinkinderen en met mijn schoonvader nam ik het weer door.
'Prachtige dag zo in de lente', riep hij uit, 'ja' antwoordde ik, 'het is zelfs aan de zachte kant vandaag'.
Zo converseerden wij tot de lunch en er na. Er werd gesproken over het werk, gediscussieerd over de politiek en uiteraard werd er gepraat over en met de kinderen.

Om een uur of drie zei oma, 'zullen we naar het Zuiderpark gaan, het is nu nog mooi weer'.
Zo gezegd, zo gedaan, en een klein half uur later liep de familie in het park te wandelen.
Er werd haltgehouden bij de vijver, waar grote vissen uit je hand aten, iets wat onze kinderen bijzonder amuseerde. Het begon kil te worden in het park, een straffe wind uit zee bracht koele lucht de stad in. Tijd om op huis aan te gaan, zei opa.
Enige tijd later zaten wij in het warme en gezellig huis van mijn schoonouders, te genieten van een drankje met een versnapering. Het werd zelfs nog gezelliger toen de glazen voor een tweede en een derde keer gevuld werden. 'Ik ga maar eens naar de keuken', zei mijn schoonmoeder, 'want ik denk dat we, en zeker de kinderen, trek krijgen'.
Geluiden van potten en pannen klonken vanuit de keuken, gevolgd door allerlei geuren die bij het kookproces vrij kwamen.
We schaarden ons rond de al gedekte eettafel, terwijl Inge en mijn schoonmoeder de spijzen binnen brachten en op de tafel plaatsten.
We aten er goed van en toen we verzadigd waren werd na een korte pauze het klapstuk van de maaltijd geserveerd.
Het toetje!

Iedere rechtgeaarde oma maakt voor haar kleinkinderen een zelfgemaakt toetje, zo ook mijn schoonmoeder. Op de wangen van onze kinderen kwam een blos, want dit toetje zag er wel heel smakelijk uit.
Het was een dessert met vruchtjes er in die door een witvriendelijke massa werden omhuld.
'Dit toetje ziet er erg aantrekkelijk uit', riep ik nog, niet wetende wat mij te wachten stond.
De dessertlepel wilde slechts met moeite het toetje in, het leek als het ware dat het toetje de lepel weer terug duwde.
Met veel moeite kreeg ik een klein hapje op de lepel en stak dit kleine witte brokje in mijn mond. Het kauwen begon...
Moeizaam gingen ook de kaken van de andere tafelgenoten, op en neer. Het was nu nog een kwestie van geconcentreerd kauwen en slikken.
Het was stil aan tafel, alleen het geluid van kauwende mensen was te horen.
Het lukte mij om het brokje in te slikken, mijn maag zal het wel klein krijgen, dacht ik, maar het leek wel of het volume van het hapje alsmaar toenam.
Er vond nu chemische reactie tussen het toetje en het in mijn maag aanwezige maagzuur plaats.
Ik kreeg het gevoel dat ik opzwol, en ik niet alleen.
'Ik zit al vol oma', zei mijn dochter, terwijl mijn zoon nog één zo’n stukje probeerde. Oma had het per slot van rekening ook voor hem gemaakt.
Dan legde hij resoluut de dessertlepel neer, 'ik plof oma', riep hij uit.
Heel even bleef het nog stil, maar toen barstte iedereen in lachen uit, het was ook echt niet weg te krijgen.

'Dit is betonpudding', opperde ik, Inge had het over muurvuller en zei onder het lachen door, 'sorry hoor mam', en opa had het over kwaliteitsmetselspecie. Oma en de kinderen lachten alleen maar.
Mijn volle maag schudde van het lachen, wat de spijsvertering wel ten goede kwam.
Ik vermoed dat een dergelijke pudding, in een reddingsvlot, naast de scheepsbeschuiten niet zou misstaan.

Voor die rederijen en voor alle andere geïntresseerden is het recept natuurlijk op te vragen via de E-mail van mijn schoonmoeder onder vermelding van "betonpudding".
Mochten er familieleden en vrienden zijn die mijn schoonouders in de komende tijd zullen gaan bezoeken, en gevraagd wordt, 'eten jullie mee' , dan kunnen jullie dat gerust doen.

Deze bijzondere pudding, met ingekapselde vruchtjes, staat niet meer op het menu.

 Terug naar de inhoud verhalen