Storm

woeste luchtenHet is juni 1957 er staat een zuidwesterstorm op Neerlands kust. Het was geen weer om buiten te spelen had mijn moeder gezegd.
Op Scheveningen sloegen de golven tegen de waterkering van de boulevard. De storm nam het opspattende water mee, waardoor er grote plassen ontstonden op het wegdek. Er lopen was praktisch onmogelijk. Donkere wolken partijen werden vanuit zee met grote snelheid het land in gedreven.

Dakpannen werden van de huizen gelicht om vervolgens in stukken op de straat uiteen te vallen. Vensters werden door de kracht van de storm ingedrukt en kleine kleedjes, schilderijtjes en dergelijk klein meubilair werd door de kamer geslingerd. 

Ons huis, dat in het oostelijk deel van Den Haag lag, kraakte in zijn voegen. Door kieren en spleten blies de tot orkaankracht toegenomen storm ons huis binnen. Deuren rammelden in hun sponning, ruiten, waarvan de regen diagonaal naar beneden liep, trilden. De forse bomen op de Rijswijkseweg bogen hun toppen en werden voor een deel van hun pas verworven bladertooi beroofd. De straatlantaarns, die door middel van kabels over de weg hingen, zwiepten heen en weer.
Nee, het was voor mijn broers en mij, als achtjarig knaapje geen weer om het vertier op straat te zoeken. Wij zaten enigszins angstig in de huiskamer waar de luidspreker van de  radiodistributie het gehuil van de wind probeerde te overstemmen. ‘Twee reebruine ogen keken de jager aan’ zongen de Selvera’s. Dat waren de zusjes Mieke en Zus Bos. Ze hadden slecht twee grote hits gehad waarvan deze er één van was. De andere hit was ‘De postkoets’. In die dagen was de radio nog niet door de televisie verdrongen. De televisie was pas in opkomst. Vele artiesten kende het fenomeen radio toen. Denk maar eens aan de Ramblers met Theo Uden Masman, (‘Maar wij komen terug….’) en aan Tom Ehrich die in Rijswijk op de Rembrandtkade woonde, een kwartier lopen van ons huis. Dat zo’n bekende Nederlander zo dich bij woonde vonden wij kinderen wel heel bijzonder. Ja, toen was je al een hele bink als je op de radio kwam.
Ook Arie Maasland kwam uit onze wijk, de molenbuurt bij ons achter, de muzikaal leider van het Tango orkest Malando.
Andere namen uit die tijd waren o.a. de Skymasters, de Kilima Hawaiins, de brave Max van Praag, jazzdeskundige Michiel de Ruiter, correspondent Pete Felleman, Victor Sylvester met viool en niet te vergeten Eddy Christiani. De man van ‘Zonnig Madeira, land van liefde en zon’.

stormIn het begin van de avond kwam mijn vader thuis. Hij droeg regenpijpen en overschoenen en uiteraard in die tijd een alpinopet. Nee, de pet droeg hij niet, hij had hem in zijn binnenzak van zijn regenjas gestoken. Met een dergelijke storm zou je hem toch maar kwijt raken. Veel mannen droegen hoeden en petten en hoeveel waren er met deze weersomstandigheden al niet van het hoofd gewaaid. In mijn gedachten zie ik ze met versnelde pas achter hun hoofddeksel aan lopen, om hem als het enigszins mogelijk was veilig te stellen, zodat hij bij betere omstandigheden fier op het hoofd  weer gedragen kon worden. Beneden aan de trap ontdeed mijn vader zich van zijn regenkleding en klom de trap op om mijn moeder en wij, de kinderen, te begroeten.
Iedere ochtend klom hij op de fiets om naar het station te rijden. Daar nam hij de trein richting Rotterdam waar hij werkte. Ook maakte mijn moeder 's morgens, iedere morgen, gebakken eieren met spek voor hem klaar die hij in een papieren boterhamzakje mee naar zijn werk nam. Hij werkte in de haven, maar gebakken eieren met spek had hij voor zware arbeid niet nodig, hij zat gewoon op kantoor. Hij vond het gewoon lekker en van cholesterol hadden wij nog nooit gehoord.

Maar nu was hij thuis en mijn moeder bracht hem een handdoek waarmee hij zijn gezicht en handen kon afdrogen. Wat een beestenweer verzuchtte hij. De weersverwachting op de radio werd die avond regelmatig beluisterd. Zware tot zeer zware storm aan de kust, in het binnenland zware windstoten. Er werd nog wat kolen voor de potkachel in de huiskamer uit de kolenkast op het balkon naast de keuken gehaald. “Houd de keukendeur goed vast” riep mijn moeder. Het was niet de eerste keer dat hij bij storm uit je handen sloeg, met als resultaat dat het raam van gruzelementen sloeg. Dan moesten mijn broers de volgende dag een nieuwe ruit bij de firma Joutze halen met de daarbij behorende stopverf. Met dergelijk weer was het altijd druk bij de glashandel daar bij de Laakbrug op de hoek van de Rijswijkseweg. Ik denk dat de kwaliteit van het glas van toen van een minder goede samenstelling was.
Het was op deze voorzomerse dag  alweer vroeg donker en ondertussen was het weer bedtijd geworden. In mijn kamertje aan de voorzijde van het huis dansten de schaduwen, die door de heen en weer zwiepende straatlantaarns veroorzaakt werden. Samen met de huilende en bulderende storm een angstaanjagend geheel. In die nacht gebeurde het.
Wij hadden voor ons huis, waar wij stellig van overtuigd waren, de hoogste en mooiste boom van de straat. Zeker in dat deel van de straat dat wij kinderen konden overzien.
Toen ik die volgende ochtend de overgordijnen van mijn kamertje opentrok sloeg mijn hart over. Onze mooie grote boom was nu slechts een soort struik op een stam. De top van onze boom lag even verderop op straat. Hij had zich kranig verweerd, maar tegen deze storm was hij niet opgewassen. Nu moesten we leven met de kleinste boom van de Rijswijkseweg.

Het leed heeft niet al te lang geduurd, waardoor ons jeugdtrauma niet te grote gevolgen kende. statige stadse bomenEnkele jaren later werd de weg gereconstrueerd. Alle bomen werden weggehaald. In die jaren werd daar niet tegen geprotesteerd en wij zeker niet. Het is toch om je dood te schamen zo’n vormeloze boom. Tussen de nieuwe hoofdrijbaan en de zogenaamde ventweg werd een kleine strook groen aangelegd. Er werden daar jonge bomen geplaatst met kleine struikjes er tussen. Nu alweer tientallen jaren verder zijn de jonge boompjes van toen alweer uitgegroeid tot statige stadse bomen. Ik zag ze staan toen ik een poosje terug weer door de straat reed waar mijn geboortehuis staat. Als het nu maar niet gaat stormen.

Terug naar de inhoud verhalen