Een vreemde ontmoeting

Quentin is een man van de wereld. Hij is de dertig net gepasseerd en getrouwd met Dagmar, die een paar jaar jonger is. Hij heeft een drukke baan waar hij veel plezier in heeft en een goed inkomen. Kinderen hebben de beide echtelieden nog niet.
Het probleem van kinderen krijgen is gelegen in het feit dat hij ze moet verwekken en dat is eigenlijk niet het probleem, maar dat zij ze moet baren. Dagmar heeft ook een leuke goed verdienende baan en kinderopvang is moeilijk te regelen dezer dagen. Zij is niet het soort vrouw van lekker thuis gezellig bij de kinderen. Nee sterker, ze adoreert haar werk met goede vooruitzichten. Dus dat het er ooit van komt ik zou het niet weten. Maar goed in dit verhaal is het niet interessant.

Quentin is zo'n sportieveling. Je kent dat wel; eenmaal in de week naar de sportschool en op zaterdagmorgen heerlijk hardlopen op het strand. Als het weer het toe laat uiteraard. Welnu, het is zo'n prachtige zaterdagmorgen vroeg in het voorjaar. De zon staat uitdagend in een azuurblauwe hemel. Er staat wel eens waar een flinke wind vanuit het zuidwesten, maar je mag toch wel spreken van een verrukkelijke lentemorgen.
Er zijn meerdere mensen op het strand te vinden. Enkelen doen verwoede pogingen hun bestuurbare vliegers onder controle te houden. Weer anderen laten de hond uit. In een niet afneembaar enthousiasme gooien ze telkens een bal in de golvende zee, waarna hun hond het kleinood weer uit het bruisende zilte water van de zee haalt. Ze schijnen er geen genoeg van te kunnen krijgen.
En daar, op het natte gedeelte van het strand, met wapperende haardos, komt Quentin aangelopen. Quentin had het er wel eens terloops met Dagmar over gehad om ook een hond te nemen maar zij wilde er niets van weten. Ze hadden al een poes, die naar de naam Bachus luisterde, en dat vond ze meer dan genoeg. Nee, de droom om samen met de hond over het strand te rennen zal waarschijnlijk nooit niet verwezenlijkt worden. Hij is ter hoogte van waar de bebouwing ophoudt en de duinen beginnen Na nog een kwartier hardgelopen te hebben, stopt hij en loopt hijgend in de richting van de duinrand. Daar is een voetpad dat naar boven voert het duingebied in. Daar blijft hij even staan om op adem te komen. Altijd al is hij gefascineerd geweest van de duinen.
Het helmgras en de lage begroeiing van de struiken bekoren hem in hoge mate. Hij loopt het duin op, bovenaan heb je een prachtig vergezicht over de kuststrook. Nu daalt het pad naar rechts om vervolgens met een scherpe linkerbocht weer om hoog te gaan. Daar boven gaat hij zitten langs het pad, op een verhoging van het zand dat de wind daar heeft samengebracht. In de verte ziet hij hoe een kleine vissersboot deinend op de golven naar het noorden vaart. Meeuwen vliegen over hem heen, hun nasale klanken uitstotend dat naar huilende kinderen klinkt.
Nadat hij daar een paar minuten gezeten heeft en weer wil opstaan om zijn weg te vervolgen voelt hij de aanwezigheid van iemand achter zich. Hij draait zich om en ziet dat daar een mooie vrouw staat. Ze heeft een witte blouse aan waarvan de stof door de wind om haar lichaam golft en een strakke eveneens witte pantalon die haar slanke figuur goed doet uitkomen. Haar gezicht heeft een intense schoonheid en vriendelijke ogen die hem lief aankijken. Haar haar is zo zwart als de nacht, het licht in het zonlicht blauw op. 'Hallo Quentin', spreekt zij zacht terwijl er een glimlach rond haar mond speelt. Quentin schrikt en vraagt zich af hoe zij in hemelsnaam zijn naam kent. Kent hij haar van vroeger? Was het misschien iemand van kantoor. Nee, haar mooie verschijning zou hem toch opgevallen zijn. Zij staat naast hem, terwijl Quentin zijn hersens pijnigt met de vraag wie zij toch wezen kan.
Het vragen durft hij niet, bang om een domme opmerking te maken. Hij krijgt het er behoorlijk warm van. Waar kwam deze mooie vrouw toch vandaan, hij had haar niet eens horen aankomen. En nu stond ze naast hem. 'Fascinerend dit uitzicht', zegt ze. 'Weet je wat het mooie is dat zo'n uitzicht, dat hoewel het onbetaalbaar is, toch niets kost. Het lijkt er op dat alles in het leven een prijs heeft, maar is dat ook wel zo?
Men schijnt zich niet te realiseren dat nog altijd de meest waardevolle dingen in het leven geen geld kosten. Geld is een vinding van de mens. En dan maar beweren dat het zo gelukkig maakt. Erger nog: erin te geloven dat men niet zonder zou kunnen. Natuurlijk, in de hedendaagse samenleving heeft het een zo'n belangrijke plaats in genomen dat leven zonder, gelijk staat aan verhongeren en uitsluiting. Heb je er wel eens bij stilgestaan dat het hele leven om geld draait. Het lijkt bovendien ook dat het steeds erger te worden. Men geeft overal geld aan uit in de verwachting dat het allemaal wel goed zal komen. Maar dat je vaak bij de verwezenlijking van je plannen ook nog eens mensen nodig heb schijnt men vaak te vergeten. Hoeveel narigheid is er niet door geld ontstaan, denk aan de criminaliteit. En hoe verderfelijk de hebzucht van de mens". "Het hoort er nu eenmaal bij", zegt Quentin berustend. "O, en dan is het wel goed", zegt ze enigszins boos. "Jullie rekenen alleen maar en al het goede vergeten we dan maar. Als ik zou zeggen dat de liefde van een onbetaalbare waarde is, dan ontkennen jullie dat. Dan zegt men dat je er in moet investeren en dat kost geld.
Maar dat zijn alleen maar bijzaken. Het wezen schijnen jullie nogal eens te vergeten. Geld, geld en nog eens geld en als het dan een beetje minder gaat, ziet men zijn dromen in duigen vallen en staat echtscheiding bovenaan het prioriteitenlijstje.
Het leven is in jullie ogen toch alleen maar investeren.

Stop met die gekte en word weer mens Quentin", spreekt ze bestraffend. "Ook jij ben er zo één. De calculerende burger. Leef in godsnaam. Wat hebben jullie er in deze wereld er een rotzooitje van gemaakt. Men gunt de ander het licht in de ogen niet". "Ik zie dat allemaal niet zo somber in, komt wel goed, toch", antwoordt Quentin. "Geef geluk een kans en laat de liefde over je komen", zegt ze zacht. Hij keek over de zee en zijn ogen glijden langs de horizon. Als hij zijn hoofd omdraait naar de vrouw, in afwachting wat zij nog meer te vertellen had, is zij verdwenen. Heeft hij nu gedroomd? Verbijstering maakt zich van hem meester. Snel staat hij op en keek om zich heen, maar waar hij ook kijkt nergens is die mooie en bijzondere vrouw te bekennen. Er is slechts het waaien van de wind en het bruisen van de zee. Hij heeft die dag niet meer hardgelopen. In een rustige tred ging hij in gedachten naar huis terug.

Heb je ook wel eens een dergelijke ontmoeting gehad, waarvan de verschijning van de boodschapper en de strekking van het verhaal nog dagen, wellicht weken, in je gedachten bleef. Hou er dan rekening mee dat je waarschijnlijk een engel ontmoet hebt, 'your guardian angel'.

 

 

Terug naar inhoud