De historie van de Rijswijkseweg en zijn tramlijnenWe gaan terug naar de vijftiger jaren, we woonden toen op de Rijswijkseweg, in een huizenblok gebouwd in de twintiger jaren, in een portiekwoning op de tweede verdieping in Den Haag, vlakbij de gemeentegrens Den Haag-Rijswijk. De Rijswijkseweg
was een echte winkelstraat, maar ook een straat waar industriÎle
bedrijvigheid plaats vond. Tevens kende de wijk een katholiek complex, bestaande uit een kerk, gelegen aan de Wenckebachstraat, een klooster en uiteraard een lagere school waar nonnen het onderwijs uitdroegen. Dit spirituele centrum lag dus niet aan de Rijswijkseweg, maar er vlak achter. De wijk het Laakkwartier ontstond in de begin jaren van de 20ste eeuw. In 1901
annexeerde de gemeente Den Haag 217 ha. Rijswijks grondgebied tussen de
Laakkade en de Broeksloot, het huidige Spoorwijk en Laakkwartier. Tevens
werd in die tijd het Laakhavencomplex gegraven en aangelegd. |
|
|
De Rijswijkseweg kreeg tussen het gelijknamige plein en de Laak haar naam in 1877. Toen nog Rijswijkscheweg geschreven. Tot 7 mei 1844 behoorde ook dit gedeelte van de weg tot het territorium van de gemeente Rijswijk. Probeer je voor te stellen dat aan het einde van de 19de eeuw, van af de Laak gezien, komende uit Den Haag, het echte buiten begon en men zag in de verte over de landerijen heen de kerktorens van Rijswijk temidden van het geboomte verrijzen.
De Rijswijkseweg
was, in de tijd dat het gezin Kortland er woonde, een van de drukste wegen
van ons land. |
|
|
![]() De paardentram op het Huygensplein in 1867 in een overdaad aan rust Op 1 juli
1924 reed de eerste elektrische tram, voorheen een stoomtram, naar Delft.
Later werd dat de stoomtramremise, toen de stoomtractie werd vervangen door de elektrische, werden het de paardenstallen van de firma van Gend en Loos.
|
|
|
|
|
|
De gehele tramlijn was grotendeels enkelspoor, later door de komst van de elektrische tram werd het traject geheel dubbelsporig uitgevoerd. De elektrische trams die door onze straat reden waren grote vier-assige motorrijtuigen met aanhangwagen, deze aanhangwagens noemde wij thuis naar Rotterdams gebruik bijwagens. |
|
|
|
Op warme zomerse dagen reed deze tram met twee aanhangwagens, een zogenaamd konvooi, voor de vele reizigers die een dagje op het strand van Scheveningen wilden door brengen. Zij moesten in het centrum overstappen op de lijnen 8 of 9, die dan met open aanhangwagens (zomerrijtuigen) reden, de open tram genaamd. De lijn naar Voorburg werd ook met zwaar materieel gereden. Deze motorwagens werden na de Tweede Wereldoorlog in dienst gesteld. Ze waren overgenomen van De Limburgsche Tramwegmaatschappij, die besloten had haar intercommunale lijn te vervangen door autobustractie. Het tarief, in de jaren vijftig, was f. 0,25 voor een enkele reis met overstapbevoegdheid en f. 0,13 voor een kinderbiljet. |
|
|
|