De historie van de Rijswijkseweg en zijn tramlijnen

We gaan terug naar de vijftiger jaren, we woonden toen op de Rijswijkseweg, in een huizenblok gebouwd in de twintiger jaren, in een portiekwoning op de tweede verdieping in Den Haag, vlakbij de gemeentegrens Den Haag-Rijswijk.

De Rijswijkseweg was een echte winkelstraat, maar ook een straat waar industriÎle bedrijvigheid plaats vond.
Zo had je er de fabriek van de firma Laurens, waar sigaretten geproduceerd werden (Caballeroís) en het gebouw van het papierverwerkingsbedrijf ESVEHA, enveloppen, agendaís, e.d. Dit alles vond plaats in de wijk het Laakkwartier.

Tevens kende de wijk een katholiek complex, bestaande uit een kerk, gelegen aan de Wenckebachstraat, een klooster en uiteraard een lagere school waar nonnen het onderwijs uitdroegen. Dit spirituele centrum lag dus niet aan de Rijswijkseweg, maar er vlak achter. De wijk het Laakkwartier ontstond in de begin jaren van de 20ste eeuw.

In 1901 annexeerde de gemeente Den Haag 217 ha. Rijswijks grondgebied tussen de Laakkade en de Broeksloot, het huidige Spoorwijk en Laakkwartier. Tevens werd in die tijd het Laakhavencomplex gegraven en aangelegd.
De Laak is, wat velen niet weten, een riviertje en de Broeksloot, zoals de naam al zegt, een sloot. Niet dus, ook dat was oorspronkelijk een riviertje.


Het Rijswijkseplein anno 1950

De Rijswijkseweg kreeg tussen het gelijknamige plein en de Laak haar naam in 1877. Toen nog Rijswijkscheweg geschreven. Tot 7 mei 1844 behoorde ook dit gedeelte van de weg tot het territorium van de gemeente Rijswijk.

Probeer je voor te stellen dat aan het einde van de 19de eeuw, van af de Laak gezien, komende uit Den Haag, het echte buiten begon en men zag in de verte over de landerijen heen de kerktorens van Rijswijk temidden van het geboomte verrijzen.


Openstaande Laakbrug anno 1959,
halverwege de Rijswijkseweg

De Rijswijkseweg was, in de tijd dat het gezin Kortland er woonde, een van de drukste wegen van ons land.
Het was een brede weg die toegang gaf aan het centrum met aan het andere eind, het voor velen welbekende, Rijswijkseplein.

Door de straat reden elektrisch aangedreven trams. De lijnen 1-1 en 1-3 van de Haagsche Tramweg Maatschappij, echter niemand noemde de lijnen zo maar men sprak over de Delftenaar en de Voorburgenaar. Ze reden vanuit het centrum (Turfmarkt) naar Delft en vanaf 16 maart 1934 naar Voorburg.


De paardentram op het Huygensplein in 1867 in een overdaad aan rust

Op 1 juli 1924 reed de eerste elektrische tram, voorheen een stoomtram, naar Delft.
Daarvoor, geloof het of niet, reed een paardetram van 1866 tot 1887 naar Delft. Deze had op de Rijswijkseweg nabij het later gebouwde spoorviaduct (1888 ) een tramremise.

Later werd dat de stoomtramremise, toen de stoomtractie werd vervangen door de elektrische, werden het de paardenstallen van de firma van Gend en Loos.


De paardentrams en later de stoomtrams vertrokken van het Huygenspark, over de Rijswijkseweg, de Haagweg, reden stapvoets over een toen zeer smalle Hoornbrug, langs het Rijn-Schiekanaal, door iedereen gewoon de Vliet genoemd, via de Delftweg naar Delft.


1905 Zicht vanaf het spoorwegviaduct
op de Rijswijkseweg richting Laakbrug


Kruispunt Haagweg met de Herenstraat en Geestbrugweg ca. 1900

De gehele tramlijn was grotendeels enkelspoor, later door de komst van de elektrische tram werd het traject geheel dubbelsporig uitgevoerd.

De elektrische trams die door onze straat reden waren grote vier-assige motorrijtuigen met aanhangwagen, deze aanhangwagens noemde wij thuis naar Rotterdams gebruik bijwagens.


In 1911 rijdt een stoomtramstel op weg van Den Haag via Rijswijk naar Delft stapvoets over de Hoornbrug


Tram met open aanhangwagen (zomerrijtuigen)


De 'Voorburgenaar'

Op warme zomerse dagen reed deze tram met twee aanhangwagens, een zogenaamd konvooi, voor de vele reizigers die een dagje op het strand van Scheveningen wilden door brengen. Zij moesten in het centrum overstappen op de lijnen 8 of 9, die dan met open aanhangwagens (zomerrijtuigen) reden, de open tram genaamd.

De lijn naar Voorburg werd ook met zwaar materieel gereden. Deze motorwagens werden na de Tweede Wereldoorlog in dienst gesteld. Ze waren overgenomen van De Limburgsche Tramwegmaatschappij, die besloten had haar intercommunale lijn te vervangen door autobustractie.

Het tarief, in de jaren vijftig, was f. 0,25 voor een enkele reis met overstapbevoegdheid en f. 0,13 voor een kinderbiljet.


Niks nieuws onder de zon, ook in de 50-er jaren onderging het Rijswijkseplein een reconstructie!

 

Terug naar de inhoud verhalen