De Rotterdamse tijd

Hoe mijn grootvader Johannes in Rotterdam verzeild raakte is mij niet bekend.
Hij trouwde omstreeks 1910-1911 met Cornelia Wilhelmina Zuurveld en op 7 maart 1912 werd mijn tante Jacomijntje geboren, voor mij beter bekend onder de welluidende naam tante Mien. Haar broer, mijn vader Jan dus, werd een kleine vijf jaar later geboren op 9 januari 1917.

 

Jan en Mien Kortland ca 1922
Jan en Mien Kortland

Een stukje historie

Rotterdam onstond in de tweede helft van de 13de eeuw, bij de delta van de rivier de Rotte. Na 1360 werd de stad ommuurd en deze omwalling is bepalend geweest voor de omvang van de stad tot de eerste helft van de 19de eeuw. Daarna breidde de stad zich naar het zuiden, noorden en westen uit.

Al in de 18de eeuw was Rotterdam een belangrijke industriestad, zo had je er ondermeer suikerraffinaderijen, koffiebranderijen, tabakskerverijen, en wat mij nog steeds aanspreekt: jeneverstokerijen.
Na de stagnatie (maatregelen tegen de vrijhandel) in de Bataafs-Franse tijd, herstelde Rotterdam in de periode van het Verenigd Koninkrijk ten opzichte van de andere Nederlandse handelssteden zich snel. Vooral sinds de stichting van de Nederlandse Stoombootmaatschappij "Feijenoord" en de gelijknamige scheeps- en machinefabriek in 1823-1825.


Door de aansluiting op het spoorwegnet ging het met Rotterdam zeer snel vooruit in de vaart der volken.
De bevolkingstoename tussen 1870 en 1900 verdrievoudigde.
Hierdoor waren gaandeweg de grachten, vesten en sloten gedempt en werden er uitgestrekte arbeiderswoningen gebouwd, waarin het slecht wonen was, zoals ik al in de inleiding van de 20ste eeuw heb aangegeven.

In 1870-1880 breidde het havenariaal in Rotterdam-Zuid aan de zuidelijke Maasoever zich gestaag uit. Opening van de Nieuwe Waterweg in 1872.
De Eerste Wereldoorlog bracht wederom stagnatie in de haven van Rotterdam, die pas weer in 1925 was ingelopen.
Na de Eerste Wereldoorlog bracht de stadsarchitect Jacobus Johannes Pieter Oud verandering in het vooroorlogs wonen van de arbeider. Hij liet in 1918-1920 de wijk Spangen bouwen, die gemeenschappelijke tuinen kende. Ook werd de wijk Kiefhoek in 1925-1927 gebouwd, dat een voorbeeld was van esthetisch verantwoord bouwen van een arbeiderswijk.

Over mijn ouders >