De verschikkelijke tien minuten van 14 mei 1940,
Rotterdam brandt

Dinsdag 14 mei. Het is een stralende voorjaarsdag. Overal zijn de Nederlandse troepen op de terugtocht. In Rotterdam vechten Nederlandse mariniers op en rond de Maasbruggen. Maar de Duitsers stellen een ultimatum. Binnen twee uur moet Rotterdam zich overgeven, anders volgt de volledige vernietiging van de stad.
Een Nederlandse officier gaat naar de Duitse afvaardiging, die uit drie officieren bestaat, onder dekking van een witte vlag.

De Nederlandse kapitein zegt: Wij kunnen uw ultimatum niet aanvaarden, omdat het niet is ondertekend. De oudste Duitse generaal ondertekend alsnog het ultimatum en geeft uitstel tot half vijf in de middag.
Omstreeks half twee vliegt een eskader Duitse bommenwerpers, van het type Heinkel, naderbij. Luitenant-generaal Schmidt beveelt: 'Schiet rode patronen af' Hij wil zijn vliegers waarschuwen, dat het bombardement voorlopig is afgelast.
Maar de Duitsers vliegen stug verder. Moet er een voorbeeld gesteld worden?
Met angstaanjagend gefluit gieren de eerste bommen op de stad neer.


Volgens officiële Duitse stukken viel 97 ton brisantbommen op het centrum van Rotterdam, Kralingen, Bergpolder, de Provenierswijk, het Liskwartier en het Noorden neer. Niet veel langer dan een tien minuten heeft het geduurd.
De stad heeft geen hart meer.

Mijn vader vertelde me later dat de mensen in de omringende wijken op de daken stonden te kijken, gefascineerd door het schouwspel.
Het bombardement was zo hefig, dat roetsnippers tot in de verre omtrek in dorpen en steden terecht kwamen. Rook verduisterde de zon zelfs in de Betuwe. Het vuur was zo vernietigend, dat het weken duurde voordat alle smeulende resten geblust waren.


Mijn moeder hoefde niet meer aan het werk. Een groot deel van het warenhuis de Bijenkorf was een ruïne geworden.
Het bombardement van Rotterdam was de laatste klap, die Nederland incasseerde.

Om 16.50 uur stuurt generaal Winkelman een capitulatiebevel uit. Nederland zou de komende vijf jaar door de Duitsers bezet zijn.

Mijn vader werkte toentertijd al in Den Haag bij het ministerie van Landbouw op de afdeling V.I.B. (Voedsel Import Bureau).
Hij werkt daar de gehele oorlog. Hij diende niet in het leger, omdat hij voor de militiare dienstplicht was afgekeurd. Hij werd te licht bevonden, ofwel hij woog gewoon niet genoeg.
Bij het V.I.B. verzorgde hij ondermeer dat het Verzet aan voedselbonnen kwam, zodat ook de onderduikers te eten hadden.
Dergelijke activiteiten werden uiteraard in het geniep gedaan. In de ogen van de Duitsers was hij een betrouwbaar amtenaar. Ze moesten eens weten.
Mijn vader heeft tot 1955 bij het ministerie gewerkt.

Jan en Puck Kortland 28 augustus 1940

Mijn ouders trouwden op 28 augustus 1940 in Rotterdam.
Omdat mijn vader in Den Haag werkzaam was, betrokken zij daar een huurwoning.

Het Haags verhaal >