Het vlakke land, het polderland

Voor het jaar 1000 was de streek waar nu Groot-Ammers is gelegen, een grote woestenij. Dat gold dus niet alleen voor de Alblasserwaard maar ook de andere gebieden die om de lek lagen, zoals de Krimpenerwaard en de Lopikerwaard. Het bestond voornamelijk uit veenmoerassen, grienhout e.d. Er woonde, zoals je wellicht zult begrijpen, geen mens.


In de tiende eeuw vond er, waarschijnlijk door klimaatsverandering, een drogere periode plaats, die er voorzorgde dat de eerste mensen het natte gebied introkken.
Om het toch nog teveel aan water af te voeren, groeven zij zonder verdere gebruiksvoorwerpen, de kruiwagen bestond toen der tijd nog niet, slootjes.
Ik weet natuurlijk niet of de Familie Kortland ook al bij deze pioneers behoorde, maar in zo'n anderhalve eeuw hadden deze mensen en hun nakomelingen het veenmoeras, zeg maar, ontgonnen. Toch bleef het een natte bedoeling, want het teveel aan water bleef. Rond de jaren 1410-1415 kwamen ook in dit gebied de eerste watermolens die de nu ontstane polder droog maalden. Deze watermolens werden stilaan technisch verbeterd maar sinds het einde van de 15de eeuw zijn deze molens qua construtie nauwelijks nog veranderd tot de dag van vandaag.



Mocht je eens in dit gebied komen kijken, dan ziet het landschap er nog steeds zo uit als toen er de eerste mensen kwamen wonen. Echter het land was niet altijd al zo groen. Er is een tijd geweest dat de kleur bruin was van de hennep-akkers, de eerste nederwiet. Je mag veronderstellen dat mijn voorvaders ook op die hennep-akkers hebben gewerkt, maar of ze ook na een dag hard werken een bijzonder vrolijk gemoed hadden, weet ik niet.

Van deze hennep werden touwen, zeilen, dekkleden en brandslangen gemaakt voor ondermeer onze zeevarende natie. In de 18de eeuw loopt het verbouwen van hennep terug door de vele overstromingen die dit gebied teisterde, om in 1890 praktisch te verdwijnen.
De dijken braken nog weleens door wat ook de familie Kortland natte voeten bezorgde. In die lange rij van dijkdoorbraken in de Alblasserwaard zijn vooral de doorbraken in 1809 en 1820 in de geschiedenis blijven voortleven. Uit het Gemeentearchief Groot-Ammers citeer ik:

Op 30 januari 1809 braken zowel de Lingedijk bij Kedichem als de dijk van het kanaal van Stenenhoek door. De Alblasserwaard kwam geheel onder water te staan en kwam in de herfst pas droog. Ook Ammers werd hierdoor getroffen. Elf jaar later, in 1820, brak de Noorder Lingedijk door en op 26 januari 's avonds om circa 8 uur de Lekdijk bij Langerak. " Waar van het gevolg was, dat tot op den middag van 27 Januarij den Lek te Schoonhoven 7 voet 11duim daalde, daar zich de rivier ten wederzijde, door den doorbraak vastzettende ijsdam, al het afkomende ijs ook binnen den Waard deed drijven". Op nieuw kwam de Alblasserwaard onder water te staan.
Met het sluiten van de dijk ondervond men nogal wat moeilijkheden. Op 27 februari was de dijk door een dam gedicht, maar brak op 1 maart weer door "ter lengte van omtrent 7 roeden, met een verval naar binnen van ruim 4 voeten" Pas in juli kwamen de polderkaden weer boven water. Je zal begrijpen dat vele inwoners van de Alblasserwaard geevacueerd moesten worden naar de drogere gedeelten.

Het tiendrecht

Het tiendrecht was een zakelijke overeenkomst om een evenredig deel te heffen, meestal een tiende, van de gewassen die op het land verbouwd werden en de jonge dieren die daarop geboren werden. Dit was dus een soort pacht. Om het geheel overzichtelijk te maken werd zo'n tiend, dat een bepaalde oppervlakte had, weer in stukken verdeeld, het zogenaamde bloktiend of cirkeltiend.

Deze blokken vond men in ondermeer de polders Gelkenes en Ammers-graaf. Het tienderecht op Ammers was in handen van de heer van Liesveld, de latere baron. Aan deze tiendeblokken werden namen gegeven om ze uit elkaar te houden, zo kende men het Hofblok, Kwelblok, Tempelblok, Veerblok en Kijk in den berg, maar voor ons is natuurlijk het Kortlandsche blok het interessantst. Ik neem maar niet aan dat er een tiendblok naar de familie Kortland is genoemd, maar de familie Kortland naar een stukje polderland. Dit ligt dan ook wel in de lijn der verwachting.

Kortlandse molen in Ablasserdam

De naam Kortland komt op oude kaarten in Zuid-Holland vrij veel voor. Zo vind je bij Krimpen aan de Yssel het Langeland en het Kortland. Maar ook in Delftland en Schieland waren er polders van met die naam. In Nootdorp vindt je bijvoorbeeld de Kortelandseweg. Bovendien is het mogelijk dat de naam ontleend is aan een stuk land, of hofstede, dat op geen enkele kaart voorkomt, maar alleen plaatselijk bekend was. Zo heb je in Alblasserdam, in het verlengde van het Kortland, de Kortlandschekade en aan die kade de Kortlandsche molen.

 


In Schoonhoven ligt in de binnenstad de Jan Kortlandstraat (niet naar mij vernoemd :-) en in Schiedam de Kortlandstraat. Grappig om te vermelden is, dat zelfs in New York ten noorden van The Bronx het Van Cortlandt Park ligt.

 

De koning is dood, leve de koning >