Oudejaarsavond

We zijn aan het eind van de negentiende eeuw aangekomen, 31 december 1899, oudejaarsavond. Uitgelaten dorpsjongeren laten om middernacht met een luide knal met carbid een deksel van een melkbus vliegen. De kerkklokken worden geluid en in de huizen word het glas geheven. Waren er toen al oliebollen? Vast wel. Veel heil en zegen voor het nieuwe jaar, een nieuwe eeuw.


De twintigste eeuw is aangebroken en hiermee besluit ik het verhaal over de familie Kortland in de negentiende eeuw. We hebben rondgekeken in het dorp in de Alblasserwaard, daar waar mijn voorouders leefden en werkten.

Kaasmarkt in Groot-AmmersNatuurlijk heb ik niet alles opgeschreven wat er in Groot-Ammers gebeurde. Zo hebben we het niet gehad over de Ammerse kaashandelaren. Kaas en Ammers waren een begrip in die dagen. Slecht zijdelings heb ik het gehad over het boerenbedrijf, waar met paarden de akkers geploegd en de wagens getrokken werden. In 1841 telde de Ammerse gemeenschap 64 trekpaarden. Ik heb het niet gehad over de waag en de waagmeester, die meestal ook de schoolmeester was, en de Hervormde Gemeente. Er zal wel degelijk een bakkerij geweest zijn, waar voedzaam roggebrood gebakken werd. Een smidse voor het beslaan van de paarden en voor eventuele reparaties aan de wagens en landbouwwerktuigen en misschien wel een kruidenier. Ik heb er niets over kunnen terug vinden.


Toch hoop ik dat men nu enige voorstelling heeft, over het wel en wee van de mensen die toen leefden.



Tot besluit een gedicht van Ida Gerhardt (Gorcum 1905 ­ Zutphen 1997)

DE NAZATEN

Soms, nachten lang, zijn er signalen:
een raadselig zoeken en ontwijken;
ik kan de zin niet achterhalen,
kan geen verbinding meer bereiken.

Vervreemd ben ik van hen, verlaten,
de verzen die mij zijn geboren:
kinderen die niets laten horen,
met wie men in de droom blijft praten.

Maar als ik, wereld, lig verslagen
dan zullen zij er zijn, mijn zonen,
om als een wacht, die stille dagen
rond mij onder mijn dak te wonen.


Lees het vervolg in: