De koning is dood, leve de koning!In maart
1849 volgt Willem III zijn overleden vader op. Joan Adriaan van der Stok
was in die tijd de Burgermeester in Ammers en Jan Philipp Ott de Predikant.
Ook mijn voorvaderen hebben ongetwijfeld het Onze Vader in de kerk gebeden.
We waren helaas voor hen niet zo'n vooraanstaande familie en moesten wel
genoegen nemen met een plaatsje achterin de kerk, hopelijk niet achter
een pilaar. De voorste plaatsen in de kerk werden, zoals gebruikelijk
was, bezet door de notabelen, maar die moesten er wel voor betalen.
In de eerste helft van de negentiende eeuw ging het niet bijster goed met Nederland. Terwijl in de omringende landen door de opkomst van de industrialisatie het goed ging, heerste er bij ons een grote werkeloosheid en armoede. Kinderen werden te vondeling gelegd en bedelaars trokken de steden en dorpen langs. Na 1860 ging het geleidelijk wat beter met ons land. Door de opkomst van het Duitse achterland kon de haven van Rotterdam tot bloei komen. Grote goederenstromen via de haven brachten het zo nodige geld op. Ook veel agrarische producten werden naar onze oosterburen verscheept. En wat dacht je van het lucratieve Nederlands-Indië, daar werd ook flink aan verdiend...
|