De koning is dood, leve de koning!

In maart 1849 volgt Willem III zijn overleden vader op. Joan Adriaan van der Stok was in die tijd de Burgermeester in Ammers en Jan Philipp Ott de Predikant. Ook mijn voorvaderen hebben ongetwijfeld het Onze Vader in de kerk gebeden. We waren helaas voor hen niet zo'n vooraanstaande familie en moesten wel genoegen nemen met een plaatsje achterin de kerk, hopelijk niet achter een pilaar. De voorste plaatsen in de kerk werden, zoals gebruikelijk was, bezet door de notabelen, maar die moesten er wel voor betalen.
Kerkstraat in Groot-Ammers
Kerkstraat in Groot-Ammers


In de eerste helft van de negentiende eeuw ging het niet bijster goed met Nederland. Terwijl in de omringende landen door de opkomst van de industrialisatie het goed ging, heerste er bij ons een grote werkeloosheid en armoede. Kinderen werden te vondeling gelegd en bedelaars trokken de steden en dorpen langs. Na 1860 ging het geleidelijk wat beter met ons land. Door de opkomst van het Duitse achterland kon de haven van Rotterdam tot bloei komen. Grote goederenstromen via de haven brachten het zo nodige geld op. Ook veel agrarische producten werden naar onze oosterburen verscheept. En wat dacht je van het lucratieve Nederlands-Indië, daar werd ook flink aan verdiend...


De Rotterdamse haven groeide en in 1872 kreeg Rotterdam zijn Nieuwe Waterweg. Nederland werd een industrieland en door de economische groei werd het spoorwegnet aanzienlijk uitgebreid. Mijn overgrootvader Johannes, die met Jacomijntje Woudenberg was getrouwd, heeft een tijdje bij het spoor gewerkt.


Welke maatschappij dat is geweest weet ik niet, maar op het Rotterdamse station Delftse-Poort kwamen diverse spoorwegmaatschappijen, t.w. NRS (Nederlandsche Rhijnspoorwegmaatschappij), HIJS (Hollandschen IJzeren Spoorweg), SS (Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorweg).

Later was mijn overgrootvader Johannes Kortland vertegenwoordiger van orgels en piano's bij de firma De Heer. Het zullen wel geen draaiorgels, kermisorgels of kerkorgels geweest zijn maar van die aandoenlijke traporgeltjes, ofwel harmoniums. Of hij ook muzikaal was vertellen de analen niet, maar enige muzikaliteit zal hij wel hebben gehad.
In die jaren trokken velen van het platteland naar de steden, om werk te vinden, ondermeer in de in opkomst zijnde fabrieken, havens en spoorwegen, zo ook mijn overgrootvader.

Brand, brand! >