|
door
Jan Kortland
Beertje
Boris staat voor het raam te kijken. Mam, vraagt hij, mag ik buiten spelen.
Natuurlijk Boris, zegt mam. Het is een mooie dag. De zon schijnt en de vogeltjes zingen. Maar waar zal ik mee gaan spelen, denkt Boris. Met mijn mooie grote gele kiepauto, die ik van oma gekregen heb, of zal ik gaan vliegeren. Beertje Boris kijkt of er wel genoeg wind staat. Helaas, de blaadjes van de bomen bewegen nauwelijks. Met mijn vriendje Ben kan ik ook niet spelen. Hij is niet thuis. Hij is met zijn moeder mee naar de stad. Nieuwe kleren kopen. Dan denkt hij opeens ...ik ga met mijn bal spelen. Hij loopt naar zijn kamertje. Hij pakt uit de speelgoedkist zijn bal en loopt weer terug. Mam ik ga, roept Boris tegen zijn moeder. Daar rolt de bal over de grond. Boris rent er achteraan. Dan geeft hij de bal een schop en nog eens en nog eens. Plons... De bal is in de sloot gerold. Beteuterd kijkt ons beertje naar de bal. Hij drijft helemaal in het midden van de sloot. Wat nu denkt Boris. Dan krijgt hij een idee. Uit de schuur haalt hij de hark van zijn papa. Kan hij nu bij zijn bal komen? Nee, net niet. Dan rekt beertje Boris zich uit. Bijna kan hij bij de bal. Hij komt nog net een stukje tekort. Nog iets verder proberen. Plons... Nu ligt ons beertje ook in het water van de sloot. Help, help mama, roept hij. Zijn moeder die in de keuken bezig is heeft het allemaal gezien. Snel gaat ze naar hem toe. Ik had je nog zo gewaarschuwd, zegt ze. Dan strekt ze haar arm uit en haalt Boris uit de sloot. Met papas zijn hark vist mam ook de bal uit de sloot. Gauw naar binnen beertje, zegt ze dan. Even later zit ons beertje in een warm bad. Als hij weer helemaal schoon is krijgt hij lekkere chocolademelk voor de schrik. Mamma moet er om lachen en beertje Boris ook. ©illustratie:sander de fouw |