|
|
Maandelijkse column - juli 2002 |
|
Op
mijn drieënvijftigste jaar ben ik officieel opa geworden. Officieel
ja, want ik was al een beetje opa. Mijn vrouw had voor ik haar leerde
kennen al een zoon uit een andere relatie. Die zoon is getrouwd met een
schat van een vrouw en als de liefde daar is, worden de genen doorgegeven
in de geboorte van een zoon of dochter. In hun geval een stevig en vrolijk
mannetje, Tim genaamd. Nu heeft onze dochter samen met haar levensgezel
eveneens het leven geschonken aan een pittig kereltje die naar de naam
Jules Elias luistert. De
hedendaagse opa moet dit allemaal weten. Ook als de kleintjes groter worden
en dat worden ze tegenwoordig zeker in de lengte, moeten de opa's zich
bekwamen in het grote assortiment aan computerspelen. De tijd van alleen
maar plezier van je kleinkinderen hebben is definitief voorbij. Door de
ouders van deze heerlijke schepseltjes worden opa's gewoonweg geïntegreerd.
Dit laatste geldt eveneens voor oma's. Oppasgrootouders is een normaal
begrip geworden. Ik zie ze lopen bij ons in de straat waar de populatie
grootouders hoog is. Ze sturen behendig door middel van een lange stang
de driewielers van hun kleinkinderen. De driewielers en dergelijke zijn
geëvalueerd tot ergonomisch verantwoord speelgoed om de oudjes hun
fragiele rug te sparen. Niets weerhoudt de fabrikanten allerlei innovaties
te doen om het oudere volk op de been te houden teneinde de nakomelingen
een plezierige jeugd te bezorgen.
|