jan kortland 1949-2002
door Jan Kortland

Maandelijkse column - juli 2002

Op mijn drieënvijftigste jaar ben ik officieel opa geworden. Officieel ja, want ik was al een beetje opa. Mijn vrouw had voor ik haar leerde kennen al een zoon uit een andere relatie. Die zoon is getrouwd met een schat van een vrouw en als de liefde daar is, worden de genen doorgegeven in de geboorte van een zoon of dochter. In hun geval een stevig en vrolijk mannetje, Tim genaamd. Nu heeft onze dochter samen met haar levensgezel eveneens het leven geschonken aan een pittig kereltje die naar de naam Jules Elias luistert.
Opa zijn van twee levenslustige kleinzoons dat belooft wel wat voor de toekomst. Bij het schrijven van deze column denk ik uiteraard aan mijn eigen, allang geleden overleden, opa's. Twee oude mannen die al grappend over het verleden vertelden. De bolknak en het glaasje jenever ontbrak bij de oude heren niet. In mijn ogen waren ze dan ook stokoud en ik vraag mij af of mijn kleinkinderen dat ook zo zullen beleven, of toch weer niet. De opa's van vandaag de dag hebben het niet meer zo makkelijk. Ze moeten jeugdig zijn en blijven, ja, deze opa's zijn geëmancipeerd. Niet meer in een driedelig kostuum met zakhorloge, maar in een sportieve outfit. De opa's van vroeger stonden stil en gingen niet meer met hun tijd mee. Nu moeten zij samen met hun kleinkinderen mee opgroeien. Mee gaan in de wereld waar de kleinkinderen deel van uitmaken.
Zo moeten zij het zich eigen maken in de hedendaagse opvoedingspraktijken. Van nieuwe woorden en uitdrukkingen moeten zij zich meester maken. Zoals er zijn de Maxi Cosi, de Bugaboo en de Tummy Tub. Voor aanstaande opa's en andere geïnteresseerden de vertalingen. De eerste is een soort draagstoeltje,voor de kleine pasja, de tweede gewoon een high tech kinderwagen en de laatste een babybadje in de vorm van een emmer.

De hedendaagse opa moet dit allemaal weten. Ook als de kleintjes groter worden en dat worden ze tegenwoordig zeker in de lengte, moeten de opa's zich bekwamen in het grote assortiment aan computerspelen. De tijd van alleen maar plezier van je kleinkinderen hebben is definitief voorbij. Door de ouders van deze heerlijke schepseltjes worden opa's gewoonweg geïntegreerd. Dit laatste geldt eveneens voor oma's. Oppasgrootouders is een normaal begrip geworden. Ik zie ze lopen bij ons in de straat waar de populatie grootouders hoog is. Ze sturen behendig door middel van een lange stang de driewielers van hun kleinkinderen. De driewielers en dergelijke zijn geëvalueerd tot ergonomisch verantwoord speelgoed om de oudjes hun fragiele rug te sparen. Niets weerhoudt de fabrikanten allerlei innovaties te doen om het oudere volk op de been te houden teneinde de nakomelingen een plezierige jeugd te bezorgen.
Zelfs de voedingsindustrie zorgt er voor, denk aan 'goed voor hart en bloedvaten', dat de senioren tot op hoge leeftijd zich van hun zorg voor de kleinkinderen kunnen kwijten. De tegenwoordige kleinkinderen laten zich ook niet meer foppen. Je kan niet meer zeggen mooi hoor, als zij een tekening voor je gemaakt hebben. Nee, je zal beschouwelijk de tekening moeten analyseren, opdat het kleinkind weet dat je het begrepen heb. Ik denk dat ik vanmiddag maar weer eens naar een tekenfilm op de televisie ga kijken, kan ik er alvast weer een beetje inkomen.

 

Augustus 2002
September 2002
Gedichten