De
keuringsdienst van waren
September
2001
Het is
even namiddag en ik ben in de keuken om een heerlijk Indisch vleesgerecht
te bereiden. Sambal Goreng Daging,
ofwel pikant gekruid rundvlees.
Eerst heb ik de kruiden gemengd, een uitje, een paar teentjes knoflook,
beetje trassi, twee eetlepels tamarinde en wat lomboks, snufje zout en
suiker.
Daar komen de dames de keuken ingelopen met hun kleine neusjes omhoog
geheven. Guusje en Meis stellen zich nu strategisch op zowel links als
rechts van mij. Guusje aan de linkerkant en Meis aan de andere kant en
beide kijken mij nu vol verwachting aan, "De Keuringsdienst van Waren"
heeft zich geïnstalleerd.
 
Tootsie is er niet
bij, deze welopgevoede poes vindt het beneden haar waardigheid om met
grote smekende ogen een stukje vlees te bemachtigen.
Ondertussen
ben ik begonnen het rundvlees in stukjes te snijden zo ongeveer een dobbelsteen
groot.
Behendig snij ik het vlees en Guusje, voor wie het allemaal te lang duurt,
spring via de magnetron op het aanrecht. Nu ontstaat er een kleine strijd
tussen Guus en mijzelf en ik probeer met mijn linkeronderarm Guusje bij
het zo juist gesneden vlees vandaan te houden. Dit lukt uiteraard niet,
waarna ik mijn handen onder de kraan afspoel om daarna Guusje weer op
de keukenvloer te zetten.
Nu probeerd ook Meis, door simpelweg met één sprong van
de vloer op het aanrecht te komen, maar dit weet ik nog net te beletten.
Snel snij ik wat kleine stukjes vlees af en werp deze met een wiskundig
berekende gooi naar het smachtende stel poezen op de grond.
Twee stukjes
tegelijk anders krijgen we ruzie in de tent en daar zit ik al helemaal
niet op te wachten. Deze handeling herhaalt zich een aantal keren, totdat
ik uitroep "het vlees is op meiden". Enigszins wantrouwend word
ik nu aangekeken zo van 'je bedondert de zaak toch niet', maar zodra ik
het vlees in de pan doet gaat het stel zich met andere dingen bezig houden.
Guusje
staat voor de jullie nu wel bekende rolhordeur en nadat ik wederom mij
handen heb afgespoeld laat ik Guusje naar buiten.
Vrolijk braad ik het vlees aan, maar enige ogenblikken later hoor ik een
voor mij nog onbekend vreemd geluid.
Daar hangt Meis met al haar flink uit de kluitengewassen klauwen aan de,
je raadt het misschien wel, rolhordeur. Deze handeling lag in de lijn
der verwachtingen, ja, want zo gek ben ik nu ook weer niet. Op een aardige
maar toch gebiedende toon zeg ik, 'Meis wat krijgen we nu, laat dat eens
gauw' om haar vervolgens van de rolhordeur te plukken.
Het vlees
is in de tussentijd wel aangebraden en nu meng ik de kruiden er bij.
Voor diegenen onder ons die bekend zijn met het bereiden van een Indische
maaltijd zal het wellicht zijn op gevallen dat eerst de kruiden gebakken
moeten worden en daarna het vlees, maar heus geloof mij, de door mij beschreven
manier kan je het vlees langer aanbraden zonder dat de kruiden verbranden.
Meis is
de kamer binnengelopen en in de tussentijd kruipt Guusje onder de rolhordeur
door weer naar binnen en gaat eveneens naar de kamer.
Toots kijkt om het hoekje van de keukendeur, terwijl ik een paar kopjes
kokosmelk bij het gerecht doe om het vervolgens enige uren te laten sudderen.
Ja, Guusje het is bijzonder plezierig voor ons dat het vlees, de vis en
het gevogelte door Meis en jou eerst gekeurd worden, zodat wij verzekerd
zijn dat er bij ons op tafel een kwalitatief hoogstaand gerecht geserveerd
wordt.
|