Herfst

november 2001

Het is alweer een poosje geleden dat de herfst haar intrede heeft gedaan. De blaadjes van de heg en van de overige groenvoorziening in onze tuin en er buiten zijn bijna allemaal gevallen. Alleen de kleine eikenboom zit nog in rood-bruingekleurd blad.
In deze zelfopgekweekte boom heb ik een aantal weken geleden voor mijn gevleugelde vrienden een paar netjes met pinda's opgehangen.
Ik vind het gezellig dat als ik voor jullie mijn Guusje vertellingen opschrijf er op de achtergrond vrolijk gekwetter en getjilp van musjes en meesjes zacht in ons huis te beluisteren valt. Het inspireert mij bij het schrijven, het brengt bij mij een vrolijke stemming teweeg.

Maar dit jaar niet.
Er valt geen vrolijk gekwetter en getjilp te beluisteren, het is stil in de tuin. De netjes met pinda's zijn nog praktisch vol en er is geen vogel, zelfs geen zwaardere soort, zoals de merel, in onze tuin te bekennen. Misschien raden jullie het al, de oorzaak is ons Guusje.
Guusje zit verdekt opgesteld half achter de bank die tegen de muur van ons huis staat.
Nu komen er één en soms twee musjes aangevlogen en die denken, hè daar hangt een pindanetje in de kleine eikenboom. Ze wippen van tak op tak en arriveren dan bij de lekkernijen en als ze dan een paar hapjes genomen hebben gebeurt het. Eerst trekt Guusje een enigszins verwrongen bekje en miauwt er geluidloos bij. Dan stampen haar pootjes zachtjes op de tegels van het terras, om vervolgens met enkele krachtige sprongen tegen de onderkant van het boompje te belanden.
Voor ze in het boompje klimt denkt het kleine gevleugelde propje," hé een poes", en vliegt weg.
Guusje vol van adrenaline klimt of haar leven er van af hangt nu tot in de top van het boompje. Het is mij weer gelukt, denkt ze tevreden en kijk vergenoegd om zich heen.
Na deze geweldige krachtsinspanning klimt Guusje weer naar beneden om zich vervolgens bij de keukendeur te melden. Ja, daar krijg je honger van.

ik heb ze bijna te pakkenvolalweer gelukt!

Als ik haar dan, en daar kan wel wat tijd overheen gaan eer ik het door heb, binnen laat, zijn ook de beide andere poezen in de keuken gearriveerd. Poezen hoef je nooit voor het eten te roepen.
De hele dag en wel vierentwintig uur lang denken ze aan eten en luisteren met gespitste oortjes of er iemand toevallig naar de keuken gaat. Binnen een fractie van een seconde staan ze alledrie al om je benen te draaien met een blik van 'ik heb zo'n honger, baas'.
Ik trek dan maar weer een blikje open en vul ook nog eens een bakje met brokjes; stel dat ze niet genoeg krijgen. Twee van die grote Maine Coons die lusten nogal wat maar het is mij opgevallen dat onze kleine Guusje niet voor ze onder doet.
Wat kan zij eten zeg, het is goed dat ze het buiten zo druk heeft met het wegjagen van de mij zo gewaardeerde vogeltjes, anders zou ze wellicht geheel dichtgroeien.

Toen ik laatst bij de dierenwinkel blikjes kattenvoer kocht en het bij het winkelmeisje achter de toonbank afrekende vroeg zij of ik nog pindanetjes en vetbolletjes voor de vogels nodig had.
Nee, dankjewel, antwoordde ik beleefd, deze winter geen pindanetjes of vetbolletjes. Wij weten wel beter, hé Guusje.

baas we hebben HONGER!aanvalluh!mmm. dat was lekker