Boefje

januari 2002

 

ikke?

Als een stel verveelde schoolkinderen lopen ze achter mij aan door het huis. Guusje parmantig voorop, gevolgd door Toots, meer slenterend, en Meis die geïnteresseerd om zich heen kijkt.
Guusje leeft zich doorgaans buiten uit, zoals jullie al hebben kunnen lezen, maar Meis echter doet dat natuurlijk in ons huis. Overal, vooral onder en achter kasten, in kleine niet opvallende hoekjes ligt speelgoed. Muizen met een belletje, harde en zachte balletjes, maar ook gewone gebruiksvoorwerpen zoals wasbolletjes, oortelefoontjes en dergelijke.
Meis kan overal mee spelen. Ze kan zelfs apporteren met haar favoriete  speelgoed een soort aluminiumfolie-achtig balletje. Dit balletje dient tussen duim en wijsvinger weg geschoten te worden en Meis stort zich dan op dit vliegend kleinood. Ondanks dat het een meisje is gedraagt ze zich meer als een kwajongen. Met haar clowneske kopje, beetje brutaal en met ons Guusje vergeleken enorme poezenklauwtjes rent ze al spelend door het huis. Elk klauwtje telt, zoals bij poezen, vier stilettoscherpe nagels, tweemaal zo groot als bij de doorsnee huis-tuin-en-keukenpoes.
Met een huis, tuin en keukenpoes bedoel ik niets negatiefs, zeker niet. Iedere poes is uiteraard wat betreft zijn of haar karakter “uniek”. Laat daar geen misverstand over bestaan.
Conclusie: er bestaan geen gewone poezen.

gooi maarja, in dat laatjedat bedoelde ik nou

Meis gebruikt haar klauwtjes niet om haar zeggenschap in huis te vergroten. Een poot naar ons uitslaan is haar vreemd. Zulke klauwtjes worden slechts gebruikt om hoog in de gordijnen te klimmen. Het liefst tot aan het plafond. Dat mijn vrouw en ik dat niet zo kunnen waarderen behoeft geen betoog. Vanuit mijn fauteuil roep ik allerlei min of meer vriendelijke woorden naar haar en zwaai driftig met mijn armen. Tegen Maine Coons dient men zacht en vriendelijk te blijven. Meis kijkt me dan met grote verwonderde ogen aan, ik moet dan uitkijken dat ik niet in de lach schiet. Ik kan er niets aan doen maar als zij je aan kijkt kan je niet driftig blijven.

Haar gezichtsuitdrukking is in een woord ontwapenend te noemen. Dan, net zo snel als ze in het gordijn geklommen is, stort ze zich in ware doodsverachting naar beneden. Haar ogen zoeken dan alweer naar de volgende uitdaging. De vaas met bloemen die op tafel staat is haar volgende doel. Behendig word er een poot door de fragiele stelen gehaald. Knap zegt het steeltje. Beleefd vraag ik of zij dat wil laten.
Hetgeen ze tot mijn stomme verbazing ook doet. Nu loopt zij naar mij toe en gaat naast me op de leuning van de bank zitten. Ze kijkt me met vragende ogen aan waarin te lezen staat “heb je soms een lekker snoepje voor mij, ik ben reuze gehoorzaam hoor.” Nou kan je dat gewoon negeren, maar nu begint ze het kastje dat achter mijn fauteuil en naast de bank staat leeg te halen. Ze weet namelijk dat in het bovenste rechte laatje de Felix-snoepjes zitten.
Daar valt een balpen op de grond gevolgd door een wegwerpaansteker. Ik geef haar het zo begeerde Felix-snoepje dat smakelijk verorberd wordt en ik raap de balpen en aansteker van de grond.
Tevreden loopt ze weg in richting van de keuken. Daar komt Guusje vanuit de keuken de kamer binnengelopen. Meis trakteert haar op een vriendelijk onthaal dat al snel in een pootgemeen uitloopt. Daar rollen beide dames over de vloer. “Meiden toch”, roep ik uit. Als Guusje het stoeipartijtje gewonnen heeft rent Meis weg in de hoop dat Guusje haar achterna komt. Maar Guusje kijkt mij aan en vraagt “mag ik alsjeblieft naar buiten baas?” Ik sta op een laat haar via de keukendeur de tuin in gaan.
Toots heeft alles vanaf de tafel gadegeslagen. Nu de rust weer is wedergekeerd zoekt Meis een vensterbank op en komt Toots naast mij zitten. Ja Toots, die jonge meiden ook.

Ja Toots, die jonge meiden ook