Mei
2001
Guusje
gaat nu uiteraard dagelijks naar buiten en ze vind het prachtig. De grove
den in onze kleine tuin heeft ze weer heroverd op de vogels, en vaak doet
deze boom dienst als vluchtboom.
Zo kennen we voor mensen de vluchtheuvel en voor de poezen de vluchtboom.
Een aardige
buurvrouw enkele huizen verderop heeft een hond, zo'n groot donker ding
die poezen niet kan uitstaan.
Als dit vervaarlijk uitziend monster een poes of iets gelijkwaardigs ziet,
rent het onnozele dier er met een bloedgang achteraan, poezen slaan dan
op de vlucht, zo ook onze Guusje.
Zij klimt dan zonder enige aarzeling de vluchtboom in en kijkt dan op
veilige hoogte naar het onbehouwen beest daar beneden.
Voor de hond is dan de aardigheid eraf en loopt dan weer rustig naar zijn
huis.
Na een poosje klimt ons Guusje dan weer uit de boom iets wat voor een
poes niet zo eenvoudig is.
Als een mens een boom in klimt gaat hij op de zelfde manier er weer uit,
met de benen naar beneden.
Een poes niet, zij of hij klimt met de kop naar beneden er weer uit, althans
probeert dat.
Dan komt de poes er achter dat zo'n boom wel erg hoog is.
Het arme dier raakt in twijfel, angstig klimt het van tak naar tak naar
beneden.
Als de takken dan zijn opgehouden glijdt de poes met uitgestoken nagels
een weinig naar onderen en springt poesmoedig de overgebleven afstand
naar beneden.
Omdat
Guusje bij ons een veilig onderkomen heeft, vond ze het nodig dit te belonen.
Het was vrijdagmorgen dat ik de tuindeur voor haar open deed om haar binnen
te laten.
Voor de deur lag een klein uit het nest gevallen, of wellicht gegooid,
vogeltje.
Ik zei nog 'Guus dit hoef je nu echt niet voor mij te doen', en raapte
het dode vogeltje op om het in de pedaalemmer te laten verdwijnen.
De volgende dag bleek dat Guusje mijn dankbaarheid voor het kleinnood
maar matig waardeerde.
Toen Inge, op zaterdagmorgen de tuindeur opende, zag ze Guusje spelen
met een heuse dode spreeuw.
Gatver, zei Inge en riep naar mij, Jan ze heeft weer een cadeautje voor
je meegebracht, wil je het alsjeblieft even opruimen.
Dit keer toonde ik mijn dankbaarheid in de hoop dat het bij deze ene vogel
voorlopig zal blijven. Hetgeen tot nu toe zo is.
Poes komt
nog altijd regelmatig langs. Ze loopt nu zelfs al de kamer en de aangrenzende
slaapkamer binnen met Guusje achter haar aan.
Ze kijkt wat rond totdat Guusje het welletjes vindt, die deelt een paar
tikken uit, zoals poezen dat zo goed kunnen, en beide rennen dan weer
door de keuken naar buiten.
Het is
nu een prachtige lentedag, de zon schijnt volop. Guusje komt naar binnen
gelopen en ploft op de plavuizenvloer neer.
Ze kijkt me aan met een blik van, baas wat is het heet.
Ja, Guus en de zomer moet nog komen.
|