Met fladderende, dunne lange rokken aan boord van een passagiersschip! Je kwam als meisje aan boord dankzij de vereelte vuisten van een matroos, je giechelde onophoudelijk, je kreeg glaasjes limonade, je liep slingerend de lange smalle trappen op, je voelde iets van het avontuur van het leven op een schip, daar, in de haven van Tandjong Priok. En als je wegging, die matrozenhand onder je oksel.

waaiende_rokken